Risicogericht gestuurd saneren

Het werken met of hanteren van asbesthoudende toepassingen kan leiden tot blootstelling aan asbestvezels. De mate van blootstelling is afhankelijk van vele verschillende factoren, waaronder de samenstelling van het product, het soort activiteit/handeling dat wordt uitgevoerd met het asbesthoudende product, en het wel of niet toepassen van bronmaatregelen.

Voor alle vormen van asbest is de wettelijke grenswaarde gesteld op 2.000 vezels/m³. De Gezondheidsraad stelt dat beneden het blootstellingsniveau behorende bij het streefrisiconiveau geen extra beschermende maatregelen hoeven te worden genomen (Gezondheidsraad, 2012). Het grenswaardebeleid gaat daarmee expliciet uit van een restrisico, en dus de acceptatie van een beperkt aantal slachtoffers als gevolg van blootstelling aan Asbest.

De huidige risicoklasse-indeling (risicoklasse 1, risicoklasse 2 of risicoklasse 2A) die volgt uit het SMA-rt systeem is waar mogelijk gebaseerd op beschikbare blootstellingsdata. De standaard risicoklasse-indeling wordt gebaseerd op de (verwachte) blootstelling aan het totaal aantal asbestvezels (chrysotiel en amfibool asbest) ten opzichte van de grenswaarde. Wanneer er geen data beschikbaar is om een bepaalde situatie in te delen in risicoklasse 1 of risicoklasse 2(A) wordt de situatie standaard ingedeeld in risicoklasse 2(A).

dNAA is ervan overtuigd dat de indeling meer risico gestuurd zou moeten. Een indeling gebaseerd op het type toepassing en op basis van een onderscheid tussen complexe en niet-complexe handelingen.

 

Sinds de overheid in 2012 binnen de asbestbranche ‘zelfregulering van de markt’ heeft toegelaten zijn de kosten van asbestsaneringen explosief gestegen zonder dat het (leef-)milieu of de arbeidsomstandigheden daardoor verbeterd zijn.

Doordat de branche haar eigen regels mag schrijven is commercieel voordeel bereikt via de invloed in de overlegstructuren die er zijn. Ook zijn er machtsblokken ontstaan die een onevenredige invloed hebben op de regelgeving.

Het streven naar consensus tussen belanghebbenden levert hoogstens evenwicht op tussen de vertegenwoordigde belangen, geen overeenstemming van belangen. Als eigenaar van een woning met asbest heeft men liever dat men zo goed, goedkoop en veilig mogelijk het asbest weghaalt. Dat doel wordt nu niet nagestreefd of behaald.

dNAA gaat terug naar de basis: “het gezond boeren verstand”.

Vanaf 2014 voert dNAA met haar partners en opdrachtgevers metingen uit op basis van type toepassing en op basis van een onderscheid tussen complexe en niet-complexe handelingen, al dan gebruik makend van bronbeperkende maatregelen.

dNAA ontwikkelt protocollen welke minimaal dezelfde (wettelijke) veiligheidsgraad opleveren en welke wetenschappelijk zijn getest en juridisch zijn onderbouwd.